Zijn naam doet vermoeden dat we te maken hebben met een rasechte Volendammer in het management van KIVO Plastic Verpakking. Maar niks blijkt minder waar. Toch voelt Utrechter Kees Steur (55), woonachtig in Lelystad, zich als een vis in het water aan de boorden van het IJsselmeer. Steur is operationeel manager, maar hecht verder weinig waarde aan die titel. Veel belangrijk vindt hij het hoe zijn 180 collega’s op de werkvloer zich voelen. “Ik probeer iedereen het gevoel te geven dat zij belangrijk zijn. Want dat is wat ze zijn: belangrijk.”
Kees ziet zichzelf als een ‘manager walking around’. Met andere woorden: een leidinggevende die dagelijks te vinden is op de werkvloer. Iemand die wil voelen wat er speelt op het machinepark, geïnteresseerd is in zijn collega’s en iedereen probeert in zijn kracht te zetten. En dat niet doet vanachter zijn laptop. “Ik ben nog genoeg te vinden in mijn kantoortje hoor”, lacht de vrolijke Kees. “Maar ik praat veel met en luister naar de mensen. Ken ze alle 180 bij naam. En probeer de operators en technische dienst mee te nemen in besluitvorming rond vernieuwingen. Niet omdat het moet, maar gewoon omdat ik zelf ook zo behandeld zou willen worden. Met een stukje menselijkheid kom je in mijn ogen verder dan met een meer autoritaire stijl van leidinggeven.”
Bedrijfsprocessen
Kees brengt tientallen jaren aan ervaring in de productindustie met zich mee. Vanuit een detacheringsbureau kwam hij in 2021 bij KIVO terecht als hoofd technische dienst. Al snel werd de Utrechter voor vast ingelijfd. Dagelijks sleutelt Kees aan het optimaliseren van de bedrijfsprocessen. Zowel aan de kant van het personeel, als de productie. “Denk aan vervangings- of moderniseringsschema’s van machines, recepturen perfectioneren, recruiting van personeel. We zijn geswitcht van reactief naar proactief onderhoud, hetgeen bijzonder veel geld bespaart.”
Kees vervolgt: “Daarnaast ben je druk met de dagelijkse gang van zaken. We houden dagelijkse start-ups met de technische dienst om te bespreken wat er tijdens de vorige ploeg is gebeurd. Ook houden we tweewekelijkse directie-overleggen en vier keer per jaar een teamoverleg per ploeg. En we houden geregeld enquêtes onder het personeel. Dit alles om te weten wat er leeft onder het personeel en hoe we hun werk leuker en makkelijker kunnen maken.”
Waardering
KIVO zet zich door het gehele bedrijf in voor het personeel met trainingen, cursussen en gezellige momenten. Dat is niet voor niks. Nieuw technisch geschoold personeel is schaars, terwijl een gedeelte van de collega’s er inmiddels zo lang werkt dat de pensioendatum in zicht komt. “Een compliment voor de KIVO dat zij zich zo lang voor het bedrijf willen inzetten, maar ooit moet er wel een nieuwe lichting opstaan”, weet Kees. “Sinds het afbreken van de technische opleidingen in ons land is er minder technisch personeel voor handen. Bij KIVO krijgen zij alle handvatten aangereikt om het vak te leren en te beoefenen. Maar de generatie van nu laat zich minder leiden door gevoel en meer door geld, waardoor goed personeel voor een paar honderd euro meer overstapt. Daarom investeer ik veel in onze mensen. Want dat is wat we wel in de hand hebben; een gevoel van waardering en ruimte geven om te groeien.”
Havenhof en De Stient
De Volendamse cultuur, van hard werken en een lolletje op z’n tijd, is daarvoor belangrijk, vindt Kees. Daar moest hij in het begin zelf soms aan wennen. “Het personeel had het over ‘Havenhof’ en ‘De Stient’. Dat zijn twee winkelcentra in Volendam, maar voor collega’s waren het benamingen voor de machinehallen. Wist ik veel. Dat kenmerkt de fijne sfeer onderling. Veel mensen hier zijn trots om voor KIVO te werken, het bedrijf staat er goed op in het dorp en de omgeving. Ik hoop dat dit afstraalt op de jeugd en dat we over vijf of tien jaar nieuw talent hebben rondlopen dat de toekomst is van het bedrijf. Met rond die tijd ook weer veel nieuwe moderne machines. Zelf ben ik erg trots om te werken voor dit mooie bedrijf en mijn steentje bij te dragen aan een duurzame kunststofindustrie. En ik ben trots op mijn jongens. Zij zijn héél belangrijk.”